Twentse Razzia 1941: waarom 105 Joodse mannen werden weggevoerd
Share
In september 1941 werden tijdens de Twentse Razzia 105 Joodse mannen uit negen plaatsen in Twente opgepakt. De arrestaties waren een Duitse represaille na sabotage aan militaire telefoonkabels bij Enschede. Op 16 september werden de mannen per trein afgevoerd naar concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk. Geen van de 105 keerde terug: binnen enkele maanden waren zij allemaal omgekomen.
De Twentse Razzia behoort daarmee tot de vroegste grootschalige razzia’s tegen Joden in bezet Nederland. De gebeurtenis is buiten Twente veel minder bekend dan de razzia’s van februari 1941 in Amsterdam, maar voor de Joodse gemeenschap in Oost-Nederland was zij een vernietigend waarschuwingssignaal. In 2026 is het 85 jaar geleden dat de razzia plaatsvond. Op 10 september wordt zij opnieuw herdacht in de synagoge van Enschede.
Wat was de Twentse Razzia?
De Twentse Razzia was een georganiseerde arrestatieactie van de Duitse bezetter in september 1941. Joodse mannen werden in Enschede, Hengelo, Almelo, Borne, Delden, Denekamp, Goor, Haaksbergen en Oldenzaal opgepakt en in Enschede samengebracht.
De directe aanleiding lag niet bij de slachtoffers zelf. In de omgeving van Enschede waren militaire telefoonkabels van de Wehrmacht doorgesneden. De Duitse bezettingsmacht reageerde met een collectieve represaille. Joodse mannen werden als doelwit gekozen, hoewel zij niets met de sabotage te maken hoefden te hebben.
Dat is essentieel om de gebeurtenis te begrijpen. De razzia was geen politieonderzoek naar de daders van sabotage. Het was terreur tegen een bevolkingsgroep: willekeurig gekozen mensen moesten boeten voor een daad die anderen hadden gepleegd.
Volgens regionale historische bronnen werden 105 Joodse mannen uiteindelijk gedeporteerd. Daarnaast werden ook niet-Joodse mannen opgepakt, maar zij werden later weer vrijgelaten. Voor de Joodse arrestanten liep het totaal anders af.
Waarom werden juist Joodse mannen opgepakt?
In 1941 was de vervolging van Nederlandse Joden al duidelijk zichtbaar. Na de Duitse inval van mei 1940 werden stap voor stap discriminerende maatregelen ingevoerd. Joodse ambtenaren werden uit hun functie gezet, registratie werd verplicht en de bewegingsvrijheid werd steeds verder beperkt.
De Duitse bezetter gebruikte bovendien razzia’s en gijzeling als middel om de bevolking te intimideren. In Amsterdam waren op 22 en 23 februari 1941 al honderden Joodse mannen opgepakt. Die razzia’s droegen rechtstreeks bij aan het uitbreken van de Februaristaking.
De Twentse arrestaties pasten in die ontwikkeling. Ze maakten duidelijk dat de vervolging niet beperkt bleef tot Amsterdam of het westen van het land. Ook in steden en dorpen in Oost-Nederland kon een Joodse inwoner plotseling worden opgepakt en verdwijnen.
Wat gebeurde er op 13 en 14 september 1941?
In het weekend van 13 en 14 september trokken politie en bezettingsautoriteiten door verschillende Twentse plaatsen. Mannen werden thuis, op straat of op hun werk aangehouden.
De grootste groep kwam uit Enschede. Historische overzichten noemen 66 opgepakte Joodse mannen uit die stad. Daarnaast werden mannen gearresteerd in Hengelo, Almelo, Borne, Delden, Denekamp, Goor, Haaksbergen en Oldenzaal.
Het ging om mensen uit uiteenlopende lagen van de samenleving. Ze waren geen militaire eenheid en vormden geen georganiseerde verzetsgroep. Hun gemeenschappelijke kenmerk was dat zij Joods waren.
Persoonlijke bronnen maken zichtbaar hoe onverwacht de arrestaties konden komen. In het archief van de NTR is bijvoorbeeld het verhaal bewaard van Theresa Wertheim. Haar zoon Martin werd vroeg in de ochtend door een politieagent opgehaald. Aanvankelijk bestond bij de familie nog de hoop dat hij snel terug zou keren. Zulke verwachtingen laten zien hoe moeilijk het in september 1941 nog was om te bevatten wat deportatie naar een Duits concentratiekamp werkelijk kon betekenen.
Waar werden de mannen uit Twente vastgehouden?
Na de arrestaties werden de mannen in Enschede bijeengebracht. Families probeerden informatie te krijgen. Voor velen bleef onduidelijk wat er met hun vader, zoon, broer of echtgenoot zou gebeuren.
De onzekerheid duurde slechts enkele dagen. Op 16 september 1941 vertrok de groep per trein. De bestemming was Mauthausen, een concentratiekamp in het door nazi-Duitsland geannexeerde Oostenrijk.
Daarmee veranderde een regionale represaille in een deportatie met dodelijke afloop.
Wat was concentratiekamp Mauthausen?
Mauthausen was een van de beruchtste concentratiekampcomplexen van het naziregime. Gevangenen werden er onderworpen aan extreem zware dwangarbeid, ondervoeding, mishandeling en moord. De steengroeve bij het kamp werd berucht door de uitputtende arbeid die gevangenen er moesten verrichten.
Voor Nederlandse Joden had de naam Mauthausen in 1941 een bijzonder angstaanjagende betekenis. Mannen die tijdens eerdere razzia’s in Amsterdam waren opgepakt, waren eveneens via kampen als Buchenwald naar Mauthausen gebracht. Overlijdensberichten bereikten vervolgens hun families in Nederland.
Ook de 105 mannen uit Twente stierven in zeer korte tijd. Regionale herdenkingsbronnen geven aan dat allen binnen vier maanden na hun deportatie waren omgekomen. Individuele dossiers in het Digitaal Joods Monument tonen hoe snel dat ging. De uit Almelo afkomstige Maurits Willem Themans, 24 jaar oud, overleed volgens de geregistreerde gegevens op 18 oktober 1941. David Hijman de Vries, 25 jaar, eveneens op 18 oktober. Jacob Cohen, koopman uit Almelo, stierf al op 7 oktober.
De snelheid waarmee de overlijdensberichten binnenkwamen, maakte in Twente duidelijk dat deportatie geen tijdelijke gevangenschap betekende.
Waarom was de Twentse Razzia een keerpunt?
De razzia had gevolgen die verder reikten dan de 105 slachtoffers. Voor de Joodse gemeenschap in Twente was zij een vroeg en concreet bewijs dat de Duitse maatregelen levensbedreigend waren.
Tot dat moment konden mensen nog hopen dat discriminatie, registratie en uitsluiting tijdelijk waren of dat gehoorzaamheid bescherming bood. Mauthausen vernietigde die illusie.
Toen na enkele weken de eerste berichten over gestorven mannen arriveerden, werd duidelijk dat wegvoering kon eindigen in de dood. Dat besef beïnvloedde later ook de houding tegenover onderduiken en vluchten.
De Joodse gemeenschap van Enschede kreeg in de daaropvolgende oorlogsjaren een bijzondere geschiedenis. Lokale Joodse bestuurders en verzetscontacten hielpen mensen aan onderduikadressen. Niet iedereen kon worden gered, maar relatief veel Enschedese Joden overleefden de bezetting in vergelijking met sommige andere Nederlandse steden.
De Twentse Razzia moet daarom zowel worden gezien als een tragedie op zichzelf als een vroeg waarschuwingsmoment in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland.
Hoe paste de razzia in de Holocaust in Nederland?
De massale deportaties van Nederlandse Joden naar vernietigingskampen begonnen vooral vanaf 1942. Kamp Westerbork werd een belangrijk doorgangskamp. Treinen vertrokken onder meer naar Auschwitz en Sobibor.
De Twentse Razzia vond dus plaats vóór die systematische deportatiefase. Juist dat maakt de gebeurtenis historisch belangrijk. Ze laat zien dat geweld, gijzeling en deportatie al in 1941 werden ingezet.
Een vergelijkbare ontwikkeling is zichtbaar bij de Amsterdamse februarirazzia’s. Honderden Joodse mannen werden toen opgepakt en via Schoorl en Buchenwald weggevoerd. Slechts enkelen overleefden. De vervolging ontwikkelde zich vervolgens van uitsluiting naar concentratie, deportatie en massamoord.
Wie die latere fase beter wil begrijpen, kan ook ons artikel lezen over Anne Frank en het laatste transport van Westerbork naar Auschwitz. Daarin wordt zichtbaar hoe het deportatiesysteem in 1944 functioneerde.
Wie waren de 105 slachtoffers?
Het getal 105 kan gemakkelijk abstract worden. Achter dat getal stonden echter 105 afzonderlijke levens en families.
De mannen kwamen uit negen Twentse gemeenten en varieerden sterk in leeftijd en beroep. Latere herdenkingen benadrukken bewust hun namen, juist om te voorkomen dat zij alleen als statistiek worden herinnerd.
Het Digitaal Joods Monument bewaart biografische gegevens van veel slachtoffers. Zo was Jacob Cohen uit Almelo koopman en vader van een jonge dochter. Maurits Willem Themans was 24 jaar toen hij werd vermoord. David Hijman de Vries was 25. Hun persoonlijke pagina’s laten vaak ook zien dat andere familieleden later tijdens de Holocaust werden vermoord.
Daarmee hield de tragedie voor veel gezinnen niet op bij de razzia van september 1941. De vervolging zou in de jaren daarna vrijwel iedere Joodse familie in de regio raken.
Hoe wordt de Twentse Razzia herdacht?
In Enschede vindt jaarlijks een herdenking plaats bij de synagoge aan de Prinsestraat. De namen van de slachtoffers worden voorgelezen en er worden bloemen gelegd. Leerlingen van de nabijgelegen Prinseschool zijn bij de herdenking betrokken.
In 2026 krijgt de herdenking extra betekenis: het is 85 jaar geleden dat de razzia plaatsvond. De jaarlijkse plechtigheid vindt op donderdag 10 september plaats in de synagoge. De historische arrestaties zelf vonden enkele dagen later in september 1941 plaats.
Het herdenken van namen speelt een centrale rol. Dat past bij een bredere ontwikkeling in de herinneringscultuur rond de Holocaust: niet alleen aantallen noemen, maar slachtoffers opnieuw zichtbaar maken als individuen met een gezin, beroep, adres en levensverhaal.
Waarom is de Twentse Razzia relatief onbekend?
In het nationale geheugen van de Tweede Wereldoorlog domineren gebeurtenissen als de Duitse inval, de Februaristaking, de deportaties vanuit Westerbork, de Hongerwinter en de bevrijding. Regionale gebeurtenissen verdwijnen daardoor soms naar de achtergrond.
De Twentse Razzia speelde zich bovendien af voordat de massadeportaties van 1942 begonnen. Daardoor wordt zij in algemene overzichten vaak slechts kort genoemd.
Toch verdient de gebeurtenis een prominente plaats. Ze verbindt meerdere belangrijke ontwikkelingen: verzet en sabotage, Duitse represailles, antisemitische vervolging, deportatie naar concentratiekampen en de vraag wanneer Nederlandse Joden en hun omgeving begonnen te beseffen hoe dodelijk het nazibeleid was.
Juist lokale geschiedenis maakt bovendien duidelijk hoe de bezetting in het dagelijks leven doordrong. De Holocaust voltrok zich niet alleen in verre kampen. Hij begon ook bij voordeuren in Enschede, Almelo, Hengelo en andere Twentse plaatsen.
Wat gebeurde er later met de Jodenvervolging in Nederland?
Vanaf 1942 versnelde de deportatie. Joodse Nederlanders werden gedwongen zich te melden, opgepakt tijdens razzia’s of uit onderduikplaatsen gehaald. Via Westerbork werden tienduizenden naar kampen in Oost-Europa gedeporteerd.
Ook andere Nederlandse kampen speelden een rol in het vervolgingssysteem. In september 1944 werd Kamp Vught ontruimd toen de geallieerden naderden. Gevangenen werden naar Duitsland afgevoerd. Lees daarover verder in Ontruiming Kamp Vught 1944: de laatste transporten.
De laatste oorlogsmaanden brachten opnieuw grote deportaties, dwangarbeid en honger. De Spoorwegstaking van 1944 laat zien hoe bezetting, verzet en Duitse tegenmaatregelen ook in de eindfase van de oorlog diep ingrepen in het dagelijks leven.
Veelgestelde vragen over de Twentse Razzia
Wanneer was de Twentse Razzia?
De grote arrestatieactie vond plaats op 13 en 14 september 1941. De 105 Joodse mannen werden op 16 september per trein naar Mauthausen afgevoerd.
Hoeveel mensen werden tijdens de Twentse Razzia opgepakt?
Uiteindelijk werden 105 Joodse mannen naar Mauthausen gedeporteerd. Daarnaast werden ook niet-Joodse mannen gearresteerd, maar zij werden weer vrijgelaten.
Waarom vond de Twentse Razzia plaats?
De Duitse bezetter gebruikte de arrestaties als represaille na sabotage aan militaire telefoonkabels bij Enschede. De Joodse slachtoffers waren niet verantwoordelijk voor die sabotage; zij werden als groep doelwit van de bezetter.
Overleefde iemand van de 105 mannen Mauthausen?
Nee. Volgens de bronnen over de herdenking kwamen alle 105 gedeporteerde Joodse mannen binnen enkele maanden om.
Waar wordt de Twentse Razzia herdacht?
De jaarlijkse herdenking vindt plaats bij of in de synagoge van Enschede aan de Prinsestraat. Daarbij worden onder meer de namen van de slachtoffers voorgelezen.
Een regionaal verhaal met nationale betekenis
De Twentse Razzia laat zien hoe snel vervolging tijdens de bezetting kon escaleren. Een sabotageactie aan telefoonkabels werd door de Duitse bezetter aangegrepen om Joodse mannen te arresteren die niets met de daad te maken hadden. Binnen enkele dagen zaten 105 mannen in een trein naar Mauthausen. Binnen enkele maanden was niemand van hen nog in leven.
Voor Twente was september 1941 daarmee een breuklijn. De overlijdensberichten uit Oostenrijk maakten duidelijk wat deportatie kon betekenen, ruim voordat de massale transporten vanuit Westerbork begonnen.
Vijfentachtig jaar later worden hun namen nog altijd voorgelezen. Dat is misschien de belangrijkste manier om het verhaal te vertellen: niet alleen als de geschiedenis van een razzia, maar als de geschiedenis van 105 mensen die uit hun huizen, gezinnen en gemeenschappen werden weggerukt.
Bronnen en verder lezen
Digitaal Joods Monument – biografische gegevens over Nederlandse Joodse oorlogsslachtoffers.
NTR – De Oorlog: Theresa Wertheim – persoonlijk verhaal rond de razzia in Enschede.
NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies – informatie over bronnen rond het Nederlandse verzet.